De familie Bush regeerde jarenlang Amerika.
Hoe is dat toch mogelijk?




WERELD NIEUWS DOOR PETER

Hoe staalbaron Thyssen en grootvader Bush Hitler groot maakten.
 

De familie Bush speelde een centrale rol in het financieren en bewapenen van Adolf Hitler voor zijn machtsovername in Duitsland. Ze hielp de kanonnenfabrikanten de nazi-oorlogsmachine op te bouwen. In de eerste oorlogsjaren streek de familie Bush de winst op van de slavenarbeid in de ertsmijnen van Auschwitz.


Ze hielp de theorie van de 'raszuiverheid' ontwikkelen. De banden van de familie Bush met nazi-Duitsland.

Door Peter Mertens, 3 oktober 2002*


Prescott Sheldon Bush

(1895-1972)


Op het einde van de eerste wereldoorlog ziet August Thyssen, de grootste militaire producent in Duitsland, zijn staalrijk in gevaar. In het 'neutrale' Nederland opent hij de Bank voor Handel en Scheepvaart, in Rotterdam. Zo kan hij zijn oorlogsbuit van de August Thyssen Bank in Berlijn op tijd versluizen tegen de schadeclaims van het Versailles-verdrag.


De oude August schenkt 100 miljoen dollar en zijn industrieel imperium in het Ruhrgebied aan zijn zoon Fritz. Die raakt in 1923 in de ban van Adolf Hitler, de man die de Duitse industrie kan redden van de opstandige arbeidersklasse. De staalbaron ontmoet Adolf Hitler en generaal Erich Ludendorff en besluit 100.000 goudmark te geven aan de beginnende NSDAP.


Maar Hitlers partij heeft veel meer fondsen nodig om de communistische beweging te verslaan. Het oorlogsgeld in Rotterdam volstaat niet. En dus wil Thyssen ook een Amerikaanse tak oprichten. In 1922 ontmoet hij in Berlijn Averell Harriman, de topman van de investeringsfirma W.A. Harriman & Co. "Harriman en Thyssen kwamen overeen om een bank voor Thyssen op te zetten in New York. Zakenvrienden van Harriman zouden dienen als directeur, samen met Thyssen's agent H.J. Kouwenhoven die naar de Verenigde Staten overkwam", aldus een officieel onderzoeksrapport uit 1942.



marken


Duitse kanonnenfabrikanten doen beroep op familie Bush.
Zo krijgt Thyssen naast Berlijn en Rotterdam ook voet aan wal in de Verenigde Staten. Begin 1924 reist Kouwenhoven, directeur van de Bank van Handel en Scheepvaart, naar New York om er samen met Averell Harriman en George 'Bert' Walker de Union Banking Corporation (UBC) op te zetten, in Broadway, op hetzelfde adres als Harriman & Co. Achter de schermen is de Union Banking Corporation eigendom van de Rotterdamse Bank, op haar beurt eigendom van Fritz Thyssen. (3)



Op 10 januari 1925 krijgt de August Thyssen Hütte een lening van 12 miljoen dollar van een andere Amerikaanse bank, Dillon, Read and Co. Anderhalf jaar later nog eens 5 miljoen dollar. Dillon is een oude vriend van Sam Bush, de overgrootvader van de huidige Amerikaanse president.

Zijn bank wordt door Standard Oil, Ford, General Electric, Du Pont en ITT gebruikt om Hitler te financieren. Met de Amerikaanse dollars fusioneert de Duitse staalindustrie, onder leiding van Fritz Thyssen en Friedrich Flick, tot de Vereinigte Stahlwerke. Er bestaat dus een taakverdeling: Thyssens eigen vertrouwelijke rekeningen voor politieke en aanverwante doelen werden geleid door de Walker-Bush organisatie; de Vereinigte Stahlwerke daarentegen deed zijn bankverrichtingen via Dillon Read."


Op 1 mei 1926 besluit George Walker het vice-presidentschap van Harriman & Co aan zijn schoonzoon te geven, Prescott Bush, grootvader van George W. Bush jr. In 1931 fusioneert Harriman & Co met een Britse investeringsmaatschappij. Brown Brothers & Harriman verkrijgt een belangrijk aandeel in de Poolse mijnindustrie, de Consolidated Silesian Steel Corporation. Twee derde daarvan is in het bezit van Friedrich Flick, lid van de 'Vriendenkring' van Heinrich Himmler. Hij gebruikt een deel van zijn winsten om de terroristische Schutzstaffel (S.S.) te financieren.


Prescott Bush krijgt als taak de Vereinigte Stahlwerke van Thyssen en Flick te superviseren, die Hitler blijven financieren tot hij aan de macht komt. In 1932 organiseert Thyssen een bijeenkomst met Hitler in het Park Hotel van Düsseldorf, waar hij de grote industriebonzen uit het Ruhr-gebied over de streep trekt om Hitler te steunen. De staalmagnaten worden het kloppend hart van de Duitse oorlogsindustrie: de Vereinigte Stahlwerke produceren 50,8% van het ijzer, 41,4% van de staalplaten, 35% van de explosieven en 22,1% van de staaldraad van heel nazi-Duitsland.


Overgrootvader en grootvader Bush hebben het goed uitgekiend.

Via Brown Brothers & Harriman investeren ze in nazi-Duitsland, via de UBC-bank van Thyssen krijgen ze de bewapeningswinsten terug in de Verenigde Staten. De winsten lopen in 1934 op tot honderden miljoenen die ook naar Rotterdam en New York vloeien.

In New York is Prescott Bush ondertussen managing director van UBC. "De familie Bush wist zeer goed dat Brown Brothers het Amerikaanse geldkanaal naar nazi-Duitsland was en dat de Union Bank de geheime pijplijn was om het nazi-geld via Nederland opnieuw naar Amerika te brengen", schrijft John Loftus, voormalig procureur van het US Departement Nazi War Crimes.


Slavenarbeid in de Poolse mijnen voor Prescott Bush.

Consolidaterd Silesian Steel Corporation is gevestigd bij de Poolse stad Oswiecim, één van de rijkste minerale gebieden in Polen. In 1934 klaagt de Poolse regering de maatschappij van Flick en Bush aan voor fraude, fictieve boekhouding en belastingontduiking. Overgrootvader Bush sluit het jaar daarop een compromis af met de Poolse regering.

Maar Consolidated Steel blijft de mineralen uit Polen stelen waarmee in Duitsland de pantsers, vliegtuigen en explosieven worden klaargestoomd die vijf jaar later hetzelfde Polen zullen binnenvallen.


Het ontstaan van Auschwitz.

Precies in Oswiecim zal Hitler in 1939 het concentratiekamp laten oprichten dat berucht zal worden onder de Duitse naam van het stadje, Auschwitz. Vanaf eind 1941 wordt het concentratiekamp onder Himmlers SS ook gebruikt voor slavenarbeid. De 'gezonde' gevangenen werken als slaven in de mijnen en fabrieken van IG Farben en Consolidated Steel. Tijdens de oorlog verkopen Thyssen en Flick Consolidated Steel helemaal aan UBC. De maatschappij wordt herdoopt tot Silesian American Corporation en komt onder de volledige controle van Harriman en manager Prescott Bush. Grootvader Bush en Harriman strijken het bloedgeld op van de duizenden slaven die via Auschwitz in de mijnen werken.


Na de aanval op Pearl Harbour in 1941 stelt de Amerikaanse regering de Trading with the Enemy Act op, de wet tegen de handel met de vijand. Op 20 oktober 1942 wordt beslag gelegd op alle aandelen van de Union Banking Corporation, ook die van Harriman en Prescott Bush. De regering stelt vast dat de bank van Bush "gehouden wordt voor de winsten van de Thyssen familie en eigendom is van leden van een bepaalde vijandige natie."


Harriman en Bush worden als collaborateurs aangeklaagd.
Een maand later neemt de Amerikaanse regering ook de Silesian American Corporation over. Maar de maatschappij mag blijven werken en Prescott Bush behoudt zijn functie tot 1943, dank zij de beschermende hand van advocaat Allen Dulles, de man die later de CIA zal oprichten. Bij de dood van Fritz Thyssen, in 1951, krijgen de aandeelhouders van Brown Bothers & Harriman hun bloedgeld terug.

Prescott Bush ontvangt 1,5 miljoen dollar voor zijn aandeel in UBC en helpt er datzelfde jaar zijn zoon, George Herbert Walker Bush, mee om zich te lanceren in de petroleumsector.


Met het geld richt George Bush senior de Bush-Overby Development Company op, actief in de oliehandel en oliebrevetten. En twee jaar later creëert hij Zapata Offshore Oil Company, de firma die de eerste oliebronnen voor de kust van Koeweit zal aanboren en later als Pennzoil Company belangen verwerft in Qatar en Egypte. Met het bloedgeld van de nazi's lanceert de familie Bush zich in de petroleumsector, in het Koeweitse koningshuis en in de eerste golfoorlog tegen Irak.


Noten:

1- Tony Rogers, Heir to the Holocaust. Prescott Bush, 1.5 Million Dollars, and Auschwitz: How the Bush Family Wealth is Linked to the Jewish Holocaust. In: Clamor Magazine, 6 mei 2002.

2- Memorandum to the Executive Committe of the Office of Alien Custodian, 5 oktober 1942. Geciteerd in: Georg Webster en G. Tarpley en Anton Chaitkin. George Bush: The Unauthorized Biografy. Hoofdstuk 2, blz 3.

3- John Loftus, The Dutch Connection, How a famous American family made its fortune from the Nazi's. 27 september 200, blz 6.

4- K.E. Von Schnitzler, Der Rote Kanal. Uitgeverij Nautilus, 1992, blz 291.

5- Georg Webster en G. Tarpley en Anton Chaitkin. George Bush: The Unauthorized Biografy.

6- Georg Webster en G. Tarpley en Anton Chaitkin. o.c.

7- Georg Webster en G. Tarpley en Anton Chaitkin. o.c.

8- John Loftus, o.c.

9- Arno J. Mayer, De hakenkruistocht tegen rood en jood. Berchem, Uitgeverij EPO, 1999. Blz 210-215.

10- Tony Rogers, o.c.

11- Tony Rogers, o.c.

12- Tony Rogers, o.c.

13- Tony Rogers, o.c.

14- Eric V Thompson, Major Oil Companies in the Gulf Region. University of Virginia, Petroleum Archives Project, Arabian Peninsula and Gulf Studies Program. Prepared with support from The Kuwait Foundation for the Advancement of Sciences.

15- Chris Floyd, Blood Simple. In: Metropolis, The Moscow Times, 13 september 2002.

*Een artikel uit het weekblad Solidair.